Een woonkrediet in 10 kernwoorden

Bankiers, makelaars en notarissen hebben zo hun eigen vakjargon. Met dit lijstje weet je waarover ze het hebben wanneer je een woonkrediet wil afsluiten.

1. Eigen inbreng

Dat zijn de spaarcenten die je achter de hand moet hebben om een woning te kopen, ook weleens «eigen middelen» of «startkapitaal» genoemd. Bij de aankoop of bouw van een woning heb je een paar kosten waarvoor je niet kan lenen (bovenop de prijs van je woning of bouw, waarvoor je wél kan lenen). Dat zijn de registratierechten, dossierkosten bij de bank, notariskosten en/of btw die je moet betalen.

2. Quotiteit

Dat is de verhouding tussen het geleende kapitaal en de aankoopprijs van de woning uitgedrukt in procent. Leen je bijvoorbeeld 160.000 euro voor een huis van 200.000 euro, dan bedraagt de quotiteit 80%. Door de band genomen krijg je een gunstigere rentevoet als je een quotiteit hebt van maximaal 80%.

3. Maandelijkse aflossing

Dit is een belangrijk cijfer voor je budget: het is het bedrag dat je tijdens de looptijd van je woonkrediet elke maand zal moeten afbetalen aan de bank, ook mensualiteit of maandelijkse afbetaling genoemd. De ene bank is daarin flexibeler dan de andere, maar een maandelijkse aflossing van maximum 40% van je maandelijkse inkomen is een goede basis. Hoe langer de looptijd van je woonkrediet, hoe lager je maandelijkse aflossing. Keerzijde van de medaille is dat je in totaal dan wel meer zal terugbetalen.

4. Compromis of verkoopovereenkomst

Vaak wordt gesproken over «voorlopige verkoopovereenkomst», maar die term is best misleidend. Zodra je een compromis hebt ondertekend, ligt de verkoop definitief vast tegen de afgesproken prijs en kan je niet meer terug. Je kan zelf een compromis opstellen, maar wij  raden aan om een beroep te doen op een notaris of makelaar. Zo weet je zeker dat je niets over het hoofd ziet.

5. Opschortende voorwaarde

Een compromis is bindend, dat wist je al. Stel nu dat je na het ondertekenen van het compromis geen woonkrediet kan afsluiten … Om je in te dekken tegen die onzekerheid en bovenal om je een financiële kater te besparen, kan je een zogenoemde «opschortende voorwaarde» laten inlassen in het compromis. Wordt niet aan de voorwaarde voldaan, dan wordt de verkoop stopgezet zonder verdere financiële gevolgen voor jou als kandidaat-koper. De meest voorkomende opschortende voorwaarde is die voor het bekomen van een woonkrediet. Andere voorbeelden zijn bouw- of milieuvergunningen, een positief bodemattest, …

6. Kredietaanbod

Dat is het document waarin je bank zich formeel engageert om je een woonkrediet toe te staan. Een kredietaanbod getekend door de bank en de kredietnemer heeft de waarde van een contract.
In het kredietaanbod worden alle essentiële voorwaarden, zoals de looptijd, de rente, de rentekortingen en de kosten van het krediet samengevat.

7. JKP

Het jaarlijkse kostenpercentage of kortweg JKP weerspiegelt de totale kost van je woonkrediet. Aan de hand van dit cijfer kan je kredietvoorstellen van verschillende banken objectief met elkaar vergelijken. Het JKP houdt niet alleen rekening met de rentevoet van je lening, maar ook met de dossierkosten, de premie van de verzekeringen (woon- en schuldsaldoverzekering) die je samen met het krediet moet afsluiten, de schattingskosten en de kosten voor het verlijden van de kredietakte (zie hieronder). Let wel op: de registratierechten en notariskosten voor de aankoop van de woning zelf worden hier niet in meegerekend.

8. Kredietopening

Woonkredieten worden tegenwoordig bijna altijd afgesloten onder de vorm van een kredietopening. Bij een kredietopening kan je het afgeloste bedrag later opnieuw opnemen zonder nieuwe notariskosten. Als je  bijvoorbeeld 200.000 euro leent tegen 2% rente op 25 jaar, dan heb je na 10 jaar ongeveer 70.000 euro van het kapitaal terugbetaald. Ben je op dat moment aan een renovatie toe, dan kan je dit geld opnieuw lenen binnen de bestaande kredietopening, zodat je niet opnieuw naar de notaris moet. Let wel op: voor een wederopname is opnieuw een akkoord van de bank vereist en wordt ook een nieuwe rentevoet en een bijkomende aflossing vastgelegd.

9. De notariële akte

Zowel voor de aankoop van je woning als voor het afsluiten van je woonkrediet is er een notariële akte vereist. Beide aktes – de aankoopakte én de kredietakte – moeten opgemaakt worden door de notaris. De verschillende aktes worden in de praktijk meestal samen ondertekend (en voorgelezen) bij de notaris. Dit noemen we ook «verlijden van de akte». Dat moet gebeuren binnen de 4 maanden na de ondertekening van het compromis.

10. Hypothecaire inschrijving

Je hebt een lening afgesloten van 200.000 euro voor de aankoop van een appartement. Door omstandigheden heb je het financieel moeilijk en je kan je lening niet meer afbetalen. Om dit risico te vermijden, neemt de bank een «hypotheek» op je woning. Dit geeft ze het recht om je woning te verkopen als je je betalingsverplichtingen niet zou nakomen. Je woning wordt dus in feite een onderpand voor je lening. Concreet zorgt je notaris voor deze inschrijving.

Lees meer

Krediet

Is een bod bindend?

Je hebt de woning van je dromen op het oog? Laat het niet voor je neus wegkapen en doe een bod, desnoods op een simpel

Krediet

Een woonkrediet in 10 kernwoorden

Bankiers, makelaars en notarissen hebben zo hun eigen vakjargon. Met dit lijstje weet je waarover ze het hebben wanneer je een woonkrediet wil afsluiten. 1.